Peter Bakker

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Hoe het begon? Nou, ooit, heel lang geleden… Zo beginnen sprookjes altijd, en dat is het natuurlijk niet, of misschien een beetje wel. Altijd al veel aan en op het water, hoewel met periodes. Belangstelling en liefde voor bootjes, zeilbootjes vooral. Op vakantie in Bretagne, vooral in het Musee Maritime in Concarneau, de droom om ooit eens, zelf… Van droom naar sprookje dus? In Venetië hetzelfde. Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren. Als apotheker had in nul ervaring met bouwen, laat staan van boten. In 2012 ging het roer om: ik zei mijn baan als apotheker op om het allemaal heel anders te gaan doen, of in elk geval iets heel anders te gaan doen. Niet dat het apotheker zijn een drama was, maar gaandeweg was het mijn wereld niet meer, of niet genoeg meer. Rechtenstudie gestart bij de OU en besloten dat die botenbouw, dat ik dat gewoon maar moest gaan doen.

Dan breekt een periode van plannen maken aan. De keuze voor een bootje was lastiger. Uiteindelijk gekozen voor een Beniguet, ontwerp van Francois Vivier, 5,85 meter lang (over alles, 5,25 waterlijn) en met een gewicht van 880 kilo nog net trailerbaar. CE gecertificeerd voor kustwater, twee slaapplaatsen, ruimte voor een toilet, maar allemaal net passend. Met een midzwaard, waardoor de diepgang beperkt kan worden tot 45 cm. Droogvallen is daarmee ook mogelijk. Traditioneel gelijnd bootje met moderne bouwtechniek en veiligheidsvoorzieningen. Gaffelgetuigd, buitenboordmotortje in een bun. Kortom, van alles wat en dus nergens een uitblinker in, of juist wel, als generalist namelijk. En dat spreekt me dan wel weer aan, liever voldoende geschikt voor ongeveer alles dan ideaal voor bijna niks.

Met de Bootbouwer (Bert Reyntjes) had ik een leverancier die de weg weet en met advies klaarstaat als dat nodig is. Toch maar gekozen voor het laten frezen van het plaatmateriaal, dat scheelt heel veel werk en voorkomt fouten. Niet dat er niet een keer wat fout zal gaan, dat hoort er natuurlijk toch wel bij. En dan net voor de kerst 2012 het materiaal binnen, en dus klaar om te beginnen.

Bij deze boot heb ik eigenlijk meteen duidelijk gehad dat ze Marie zou moeten heten. Een Frans scheepje van de Bretonse/Normandische Atlantische kust. Beniguet betekent zoveel als gezegend, er is ook een eiland voor de Bretonse kust dat Beniguet heet. Daar past een eenvoudige naam bij, en daar past Maria ook wel bij, en dan op z’n Frans. Niet om nou overdreven katholiek te zijn, meer uit een soort traditionaliteit.

Een verslag van de bouw? Tja, dat is een lang verhaal. Er zit een tweeduizend uur in, en dat vertel je niet even snel in een paar regels. In grote lijnen heb ik dat in een blog gezet (https://beniguetmarie.blogspot.nl/). Het mooie van een boot bouwen, en zeker als leek op dat gebied, is dat je al doende ontdekt. Je moet alles nog leren, en dus gaat er wel eens iets fout. Dat leer je dan weer oplossen. Uiteindelijk is dat ook een belangrijke levensles: het gaat nu eenmaal soms fout, maar dan is er altijd wel weer een oplossing voor te vinden. Dat heeft me ook geleerd om problemen –en niet alleen bootbouwproblemen- eens rustig te overdenken en daar de passende oplossing bij te zoeken. En die bleek er ook altijd te zijn.

Blunders maak je, natuurlijk. Om er eens een te noemen: het draaien van de romp was een hele klus. Het spul in de touwen en banden, drie sets dragen en twee sets om het draaien te sturen. Voldoende ruimte natuurlijk ook, alles overal nagemeten. De grootste breedte van de boot is 2.10, en de vrije hoogte van de werkruimte onder de balken is 2.11. Dat moet dus kunnen zou je zeggen. Alleen was ik een grote haak vergeten die in die draagbalk zat, dus die moest ik eruit zagen terwijl de boot op zijn kant in de weg hing. Maar daarna ging het pas echt mis. Ik had namelijk de gedachte dat ik ter bescherming beter wat houten platen op de betonvloer kon leggen. Maar ja, als je een centimeter ruimte hebt en je legt daar nog 1,8 cm hout tussen kom je tekort. Muurvast zat alles. Ook dat is natuurlijk uiteindelijk goed gekomen. Achteraf lach je daar om.

Marie werd in het voorjaar van 2014 voor het eerst te water gelaten in Friesland. Dat voelt dan wel even heel spannend, en wonder boven wonder bleef ze drijven. Sterker, alles bleef droog binnen, en dat is nog steeds zo (tenzij je het luik open laat in de regen natuurlijk). Voorzichtig wat oefenen in Friesland, maar al snel ook het IJsselmeer op, en het Wad. Maar dat laatste wel een beetje voorzichtig. Het bleek een heerlijk schip om mee te toeren. En met de trailer kunnen we in feite overal heen.