De Tammie Norrie van Paul van Esser

 

Ongeveer 18 jaar geleden kreeg ik als verjaarskado van mijn kinderen de tekening van Tammie Norrie van Iain Ougthred. Eigen schuld, dacht ik, want ik had al jaren gezegd dat ik ooit zelf een boot wilde bouwen. Door drukke werkzaamheden als huisarts kwam het er alsmaar niet van, maar na mijn pensionering heb ik de plannen uit de kast gehaald, naar aanleiding van een advertentie van houtwerf Eursa in “Spiegel der Zeilvaart”.
Karel en Nicolien Beer hebben me in no time over de drempel geholpen door hun tomeloze enthousiasme en de mooie projecten bij hen op de werf. Zij hebben ook het hout, de epoxy, RVS beslag en vooral deskundige adviezen geleverd.
Ik heb er op mijn gemak en met ruime onderbrekingen aan gewerkt. Het eerste probleem was de ruimte. De garage van ons huis was al eerder omgedoopt tot werk- en studeerkamer. Met wat aanpassing kon daar wel gebouwd worden. Ik ging er van uit dat de ruit aan de voorkant tzt wel verwijderd zou moeten worden om de boot naar buiten te krijgen. Uiteindelijk bleek dat niet nodig: Tammie Norrie kon op de zijkant precies door de deuropening. Tijdens de bouw bleek het gezegde “al doende leert men” in alle opzichten juist. Het maken van een bouwframe, stabiel en waterpas, het stellen van de mallen, uitgelijnd en onbeweeglijk gefixeerd, waren allemaal inleidende klussen. Met het lamineren van de voorsteven uit stroken mahonie, gestoomd in de keuken in een PVC-pijp, met tuinslang aangesloten op de fluitketel begon mijn eerste technische overwinning. Daarna volgden er snel meer. Zo was er de truc van het stellen van de spiegel, het strokend maken van de mallen, het verlijmen van de huidgangen 6 mm hechthout tot de gewenste lengte, het maken van een mal om de vorm van de huidgangen goed te meten en op het hechthout uit te passen, de zwaardkas, het passend maken van de spanten enz. enz. Ik vond het allemaal uitdagend om te doen en heb genoten van het gevoel van overwinning als het lukte.
De roeiriemen heb ik kant en klaar gekocht en met het lamineren van mast, gaffel en giek heb ik geweldige hulp gehad van de dochter van Karel Beer. Frank van Zoest van Oar and Sail heeft een prachtig loggerzeiltje gemaakt, bruin, met verticale banen.
Leren machetten maken op de riemen, giek en gaffel bleek ook wel uitdagend, met verrassend leuk resultaat.
Inmiddels is mijn bootje “Pas de quoi” gedoopt en blijkt heerlijk te varen. Roeien gaat moeiteloos, hij blijft geweldig mooi rechtdoor varen en zeilend is mijn verwachting helemaal overtroffen. Het koste even wat moeite om het loggerzeil goed te zetten, maar het staat erg mooi en de boot loopt heerlijk. De overnaadse bouw blijkt niet alleen mooi en sterk, maar heeft ook het grote voordeel dat de boot lekker droog zeilt: bij golven geen buis- en ander spatwater.
Op het water wordt ik regelmatig aangesproken door bewonderaars van het mooie ontwerp. Temidden van al het drijvende plastic is een dergelijk bootje een verademing en een lust voor het oog en dat is allemaal heel prettig,maar de allergrootste voldoening heb ik gehad van de bouw zelf.

 

 

Met vriendelijke groet,