De Quinta van Binne Roorda

Mijn aanloop tot botenbouw: In de jaren 90 heb ik gevaren met een 40 jaar oude Vrijheid. Dit betekende in de winter meer uren werken dan in de zomer varen, overigens met plezier. Verschillende delen zijn toen vervangen: zo werd ik voorbereid op de botenbouw. Veel later werd er vanuit De Zuidwal (Zeil- en motorboten vereniging van Nijkerk) begonnen met het bouwen en opknappen van een paar drakenboten. Daar heb ik met veel plezier aan meegedaan.
Als vervolg daarop hebben we een St. Ayles skif gebouwd. Het roeien met zo’n schip trok me niet, het bouwen des te meer. Opleiding heb ik er nooit voor gevolgd, gewoon doen is en was het motto. Deze bezigheden brachten mij op het idee om zelf een boot te gaan bouwen. De grote vraag die dan opkomt: welke? Ik wilde een open zeilboot, zodat ik daar, bij De Zuidwal, de woensdagavondwedstrijden mee kon varen. In het verleden heb ik o.a. een Randmeer gehad. Het midzwaard hiervan was goed te gebruiken op de randmeren met de vrij ondiepe zijkanten, dus daar ging mijn voorkeur naar uit. Na veel gezoek heb ik gekozen voor de Kernic, ontworpen door François Vivier als roei/zeilboot.
Deze Kernic is oorspronkelijk ontworpen voor de Australische sea-scouts. Ze was als een soort bouwpakket verkrijgbaar bij de Bootbouwer uit Steenbergen, dezelfde waar we ook de St. Ayles skif hadden gekocht.

Het is geen gewoon standaard bootje, heeft een mooi silhouet, en is alleen te varen. Ook is de diepgang gering (24 cm met opgetrokken midzwaard, met toch nog enige richtingsstabiliteit van de kimkielen). Van de Kernic zij er vier in Australië gebouwd, waarvan 3 als roeiboot en 1 als combi (roei/zeil). Deze is de vijfde (eerste Europese) en uitgevoerd als alleen zeilboot. Overigens is het ook mijn vijfde boot, vandaar de naam Quinta – waar die vijf weer in voor komt.
De boot is overnaads gebouwd in hout-epoxy. De basis werd in voorgefreesd multiplex geleverd (mallen van MDF), de afbouw/afwerking heb ik meest met eigen hout (o.a. eikenhout uit eigen tuin) gedaan. Alleen voor het rondhout (oregon pine) en de bankjes en het potdeksel heb ik er mahonie bijgekocht. Afgezien van een paar schroeven in de zwaardkast, schroeven in het beslag en een bout in de voorsteven, om de boot te kunnen traileren, is er met epoxylijm gewerkt. Het leuke om zo’n project zonder verdere opleiding te doen is dat je overal over moet nadenken en moet uitpuzzelen hoe je het eindresultaat het beste bereikt. Liggend in bad na een dag zagen, schaven en schuren zijn er heel wat ideeën geboren, sommige niet heel werkbaar, de meeste toepasbaar en met resultaat. Ook internet is in dit proces best bruikbaar gebleken. De bouw is gedaan in een hoek van een open kapschuur (bij huis). Niet heel erg comfortabel en in de winter te koud om met epoxy te werken. In augustus begonnen, waardoor de temperatuur nog voldoende was om de romp af te maken. Na het draaien hebben we de boot op een trailer gelegd, waardoor er met koud weer in een andere schuur – met kacheltje – gelijmd kon worden. Uiteindelijk is er aan gebouwd van augustus tot april, 8 maanden. Op het laatst was het doorbouwen om het project af te hebben voordat de woensdagavondwedstrijden weer begonnen… en toe kwam corona, de haast was niet nodig geweest.