De plezierveldschuit van Rien en Maurice Commandeur

 

De wens van mijn vader en ik was om altijd al eens een schuit te willen hebben. We gingen bij verschillende schuitenbouwers kijken, amateurs en profs, echter geen van allen had een model schuit die bij ons paste. Het idee was toen nog om een snijpakket te bestellen en die vervolgens zelf in elkaar te lassen en afbouwen. Nu wij erachter kwamen dat wij zelf ook een schuit moesten ontwerpen kwamen de oude boeken van mijn vader over houten schuiten van zolder. In die boeken stonden plaatjes van mooie gelijnde houten schuiten, met name de oude plezierveldschuit. Mijn vader kwam erachter dat deze bij de ingang van het Zuiderzeemuseum lag. We zijn daar dan ook gelijk naar toe gegaan, nieuwsgierig dat we waren.

Mijn vader ( inmiddels gepensioneerd machineplaatwerker, hij was dit tot zijn 55ste) is iemand die alles bewaard, ook zijn schoolboeken, waarin staat hoe je een klein scheepsrompje kunt tekenen. De lengte van de schuit is bepaald door de ligplaats achter het huis, de breedte door de smalste duiker in een vaarroute naar Enkhuizen en de diepgang is bepaald door een aquaduct in een vaarroute naar Medemblik. Met deze gegevens is mijn vader in zijn boeken kamertje gaan tekenen. Keer op keer keken we samen naar zijn tekenwerk om een voorstelling in ons hoofd te maken hoe ze er uit zou zien. Om ons plaatje in ons hoofd compleet te maken wilde wij nog 1 maal de oude plezierveldschuit bekijken, maar helaas, deze lag niet meer bij het museum. Na speurwerk van mijn vader bleek deze in het museumdepot te liggen waar wij enthousiast werden ontvangen. Hoe kunnen ze zo’n mooie schuit in het depot liggen hoorde ik mijn vader zeggen, maar ik was inmiddels door een andere mooie schuit afgeleid. De depotbeheerder zei; dat is de koningssloep die wacht op een kleine restauratie.

Na weken verder waren we tevreden met het ontwerp en inmiddels had mijn vader ook al een schaalmodel gemaakt van de schuit. Met dit alles zijn we naar scheepsarchitect Arend Lambrechtsen gegaan en die stelde gelijk de vraag waarom geen aluminium? Waarop mijn vader antwoordde; dat heb ik nog nooit gelast. Er waren zoveel voordelen van aluminium ten opzichte van staal, dat zag ik wel zitten. Later mijn vader gelukkig ook. Nu het materiaal bekend was en de digitale tekeningen klaar waren konden we naar Blom in Hindelopen. Na voor ons gevoel lang wachten kregen we een belletje; jullie snijpakket ligt klaar. Het hele pakket werd op onze boottrailer gelegd en zo zijn we naar huis gereden.

De bouw kan beginnen. Maar eerst nog ff een aluminium lascursus voor mijn vader die  gegeven werd door degene van wie we een nieuwe lasapparaat hadden gekocht. Na een uurtje zei hij; dat red jou vader wel.

In een bloembollenschuur tussen de kuubkisten en landbouwmachines hebben wij het casco in elkaar gezet. Dit alles ging op een vrij ontspannen manier maar we hadden uiteindelijk wel een deadline en dat waren de bloembollen. Bloembollen kunnen niet tegen lasdampen. Gestaag zagen we hoe ze eruit zou komen te zien. Eerst de dooskiel maken, daarna de bodemplaat met daarop de spanten. Toen deze eenmaal stonden kon de huidbeplating en boeisel er tegen aan en zagen we de mooie lijnen ontstaan. Ik kon niet wachten tot het casco klaar zou zijn, maar ik kon zien dat mijn vader het niet makkelijk had. Ik hielp hem dan ook zo veel mogelijk, alleen lassen dat deed hij. Verder met het potdeksel, voor-en achterdek, daarna de steven en de hekbalk. Deze bestaan uit 2 aan elkaar gelaste delen om zo een houten uitstraling te verkrijgen. Dit geldt ook voor het dik massieve potdeksel. Nu waren de banken, luiken, vingerlingen en de geïntegreerde bolders aan de beurt. Dit was het laatste laswerk voor mijn vader.

Na ruim 2 maanden waren de bloembollen weer weg en was er weer ruimte voor ons. Waar het lassen mijn vaders taak was is het afbouwen meer mijn taak. We hadden op advies besloten om alles te laten stralen en gelijk in de primer te laten zetten, maar eerst nog mallen maken van mdf,  onder andere van het roer en de helmstok,  omdat we hier geen tekeningen van hadden gemaakt, maar alles puur op het oog en aan de hand van oude foto’s hebben bepaald. Na goedkeuring van onze ogen heb ik dit vervolgens van Europees eikenhout gemaakt. De roerkop vorm is van een schuitemaker uit Wervershoof. Volgens ons de mooiste.

Het was tijd om de schuit een kleur te geven maar welke kleur? Vroeger werden de houten schuiten in een bruinteer gekwast, we wilden dus iets van bruin. Op de botenbeurs in Leeuwarden zagen we een stalen motorboot met een hele mooie bruine romp. Bij de motorboot stond een vrouw van mijn vaders leeftijd. Het was aan hem om zijn charme’s in de strijd te gooien om te achterhalen welk merk en kleurnaam deze verf droeg. Met dit gegeven zijn we naar jachtschilder Schoens gegaan. Ik mocht al het voorbereidend werk doen zoals schuren, ronde kanten trekken en uiteindelijk afplakken. Toen de inmiddels bruine schuit uit de spuitcabine kwam waren we erg tevreden, wat mooi! Waarop de heer Schoens zei; ik weet een mooie nautische naam voor jullie schuit; Natte Wind.

Ook een wens van ons was om onze schuit een elektrische aandrijving te geven, maar wel eentje met vermogen. Ik kon nu de 5 Kw podmotor, de regelaar en de batterijgroep inbouwen, samen met de batterijmonitor om tijdens het varen de batterij status te kunnen aflezen. Verder kon ik alle onderdelen zoals het houten roer met helmstok en de brede houten vloerdelen monteren. Daarvoor had ik alles 10 keer in de olie had gezet. Alles kwam nu op zijn plaats, de plezierveldschuit was klaar, of toch niet? Na de proefvaart op het Markermeer bleek dat de schuit niet goed op het roer reageerde. Er moest aan het roer een balans gedeelte  gezet worden.

Nadat we dit hadden verholpen konden we lekker gaan varen met de hele familie, wat voor ons de reden was om deze plezierveldschuit te bouwen. De bouwkosten van dit ruim 7,5 meter lange schuitje werden meer dan begroot, zodoende zijn de buiskap en de kussens er later aan toegevoegd. Inmiddels gaan we alweer het vierde vaarseizoen in. Het is mooi om te zien hoe de hele familie; 7 volwassen en 3 kinderen, volop geniet als we weer met zijn allen gaan varen. De kinderen zeggen, waneer gaan we weer varen dan ben ik de kapitein.